Mariska Reymerink doet in zeker opzicht haar achternaam eer aan: ze is weg van Engelse poezie van de 19e eeuw, ze geeft poezie cursussen en ze zingt gedichten!
Klik hier voor meer. Tuesday 22nd May A one-hour Spring Recital of English poetry set to music and performed by the Dutch singer: Mariska Reijmerink
Read more here.
In de bekende woorden van Jezus over het omzien naar de hongerenden, de dorstigen, de vreemdeling, de armen, de zieken en de gevangenen, vereenzelvigt hij zich volledig met hen. 'Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.'
Geen liefdadigheid maar (h)erkenning Traditioneel worden deze woorden uit Matteüs 25 (vers 35 t/m 40) gelezen als een oproep tot barmhartigheid of zelfs liefdadigheid. Daar is niets mis mee, want er gaat inderdaad een sterk appèl van uit tot inzet voor de arme. Maar voor mij is dit ‘signalement’ uitgegroeid tot een vingerwijzing wáár Christus in deze wereld te vinden is en hoe ik hem zou kunnen ontmoeten. In mijn beleving gaat het hier dus meer over Gods weg naar mij en mijn weg naar God - nl. via de medemens - dan ‘alleen maar’ over onze roeping om naar de arme om te zien. In mijn medemens kan ik God ontmoeten en in de ‘onaanzienlijkste zusters en broeders’ het meest. Zonder de omstandigheden of de persoonlijkheid te idealiseren van dak- en thuislozen, verslaafden, mensen met een psychische beperking of anderen die op straat leven, kom ik voor mijn gevoel in contact met hen toch op een andere, diepere manier met ‘God’ in aanraking dan in de ‘normale’ burgerlijke en kerkelijke wereld. Ik schrijf ‘God’ hier tussen aanhalingstekens, omdat voor deze ervaring ook andere termen ingevuld kunnen worden, zoals ‘het geheim van het leven’, ‘de bestemming van mijn bestaan’ e.d..
Geestkracht zonder opsmuk De boodschap dat de God van Israel altijd in de eerste plaats de kant van de verschoppelingen kiest, leidt tot de bijzondere gewaarwording dat je ook juist in en onder de moderne verschoppelingen Zijn aangezicht ontmoet. Hiermee is niet gezegd dat ‘straatmensen’ betere of voorbeeldiger mensen zijn dan anderen. Het omgekeerde is in mijn ervaring overigens evenmin waar. De goede en slechte kanten van iemands karakter en levenswijze blijken niet uit de omstandigheden waarin iemand leeft, maar uit de manier waarop hij met die omstandigheden omgaat, wat zijn levenssituatie ook is. Wat dat betreft mag ik zeggen dat ik ‘op straat’ verrassend veel levenswijsheid, geestkracht, relativeringsvermogen, vroomheid en godsvertrouwen tegenkom. En het woord verrassend zegt dan natuurlijk vooral iets over mij. De spiritualiteit die ik in de omgang met straatmensen ervaar is, zoals heel hun bestaan, van alle verhullende opsmuk ontdaan en daardoor vaak rauw, maar ook puur. Het is een platvloerse geloofsbeleving - in de positieve zin van het woord - die zich niet kan veroorloven om aan de hardheid van het bestaan voorbij te gaan, maar die daar juist een weg in en doorheen zoekt. Een doorleefde spiritualiteit, waar we ook in de kerk veel van kunnen leren.
ds Klaas Koffeman is werkzaam als straatpastor voor daken thuislozen in Den Haag. Het volledige artikel waaruit het bovenstaande gedeelte is genomen, is te vinden op www.kerkindenhaag.nl/articles/view/straatpastoraat-platvloersin-de-goede-zin-van-het-woord
Deze keer enkele fragmenten over Pinksteren en Trinitatis van de dichter-theoloog Willem Barnard (1920-2010) uit ‘Binnen de tijd’, Hilversum z.j.. De middeleeuwer Willlem ‘die madoc maecte’ schrijft in het begin van het verhaal over de vos Reinaarde: Het was in enen tsinxendaghe dat bede Bosch ende haghe met groenen loveren waren bevaen.
Daarmee wordt Pinksteren bedoeld. Het woord ‘sinxen’ herinnert aan het franse cinquantaine en het latijnse quinquagesima. De Engelsen spreken van Pentecost, naar het grieks. En dat alles betekent ‘de vijftigste’. Met andere woorden: sinds Pasen zijn er zeven weken verstreken, zeven maal zeven dagen. Van oudsher was er daarom een feest. Daarom juist waren er zoveel vreemdelingen in Jeruzalem, d.w.z. vreemdtalige pelgrims, kinderen Israëls uit de verstrooiing. Het was een oogstfeest, volgens het Wetboek Leviticus 23. Het graan van Pasen is gemalen en toebereid, de oogst is gereed, er is brood! Bij die overvloedige oogst moet dan gedacht worden, zo staat er geschreven, aan de ‘randbewoners’, de arme en de vreemdeling. Nog een andere achtergrond vraagt ook om onze aandacht. De rabbijnen brachten het Pinksterfeest in verband met de Wetgeving op de Sinai. de berg van het bondgenootschap. Want dat, zo zeiden ze, viel op de vijftigste na de uittocht, die immers met Pasen wordt gevierd. Op de exodus, de uittocht, volgt de wetgeving; God als een minnaar die zijn geliefde schaakt en vervolgens trouwt, hun verbond bezegeld. Met de Sinaï is het beeld gegeven van vuur, stormachtige vlagen, van wolken om de top. Zo spreekt het hoofdstuk Handelingen 2 eveneens van wind en vuur en even tevoren, bij de hemelvaart, wordt ook de wolk vermeld. De parallellie is veelzeggend. Pinksteren als het feest van de Messias-gemeente moet men dus zien in het verband van het verbond, bevestiging daarvan.
Pinksteren is dus een oud feest, een oogstfeest in Israël, maar ook de gedachtenis aan de wetgeving op de Sinai. Vandaar twee traditionele psalmen, de boerenpsalm 104 en de Sinaï-Sion-psalm 68.
Een week na Pinksteren is de zondag toegewijd aan de aanbidding van de Drievuldigheid, Trinitatis. Geen optelsom, want over het mysterie van de Eeuwige kunnen wij niet op de vingers van een hand tellenderwijs spreken. Wel wordt er over Hem vertellender wijs gesproken. Hij is de God van Abraham en Sara, Izaäk en Rebekka en Jakob, Lea en Rachel, van de mensen door de tijden heen. En steeds weer wordt Israël daarbij opgeroepen tot eerbied voor de ‘eenvoud van God’: ‘Hoor Israël, Hij uw God is een-en-al’(Deuteronomium 6,4). Dat mag door oppervlakkig gepraat over de Drievuldigheid of de Drie-eenheid nooit gekwetst worden. Als wij dan toch over de Triniteit spreken, dan gaat het er om te belijden dat Kerstmis en Pasen en Pinksteren, drie feesten ter ere van de Naam van God in feite één feest zijn, de viering van zijn komst onder de mensen. Daarom is deze zondag ter afsluiting van de feestentijd nog niet zo slecht.
Met Pasen dan zijn de zaden rijp. met Pasen ontkiemt het graan, maar Jezus verliet zijn koninkrijk om weer naar de hemel te gaan. De bloemen die stuiven het zaad in de wind, de winden verstuiven het voort, de Geest die het leven op aard bemint verspreidde het vruchtbare Woord. Met Pinksteren is de eerste oogst, de oogst van het eerste graan. Wij heffen ons hart naar de Heer omhoog en dat heeft de Geest gedaan.
Willem Barnard Binnen de tijd
Het begon in Engeland en sloeg over naar Nederland: The Passion. Een eigentijds muziekevenement over de laatste uren van het leven van Jezus. Opgevoerd op Witte Donderdag in Rotterdam, de stad met het beeld zonder hart van Zadkine. Nederlandstalige popsongs, bekende artiesten en personen, samengevoegd met centrale teksten uit de evangeliën en dat voor een groot publiek, uitgezonden op Nederland 1. Ruim 2 miljoen kijkers, voor Nederlandse begrippen een hoge score. En daarna het debat in de media, kerkelijk en niet kerkelijk: hoe ver kan je gaan? Past dit bij het heilige van Jezus’ dood en opstanding? Wordt het niet te frivool, teveel vermaak en te weinig inhoud? Voors en tegens. Hoe dan ook: er werd veel over gesproken.
Ik ben zelf niet zo bang voor ontheiliging. Is Jezus dan zo veilig in onze kerkelijke handen? Hoort het evangelie niet op straat? Het is het centrale drama, dat bestemd is voor de ‘schare’, de menigte en niet alleen voor wat bevoorrechte zielen. Als het ‘drama van Jezus’, zijn unieke gang en liefde maar uit de verf komt. Dat moet kritisch bezien worden.
Nederland kent intussen bijbels analfabetisme. En de kerk zwemt als een vreemde eend in de bijt van de tijd. Dat kan de neiging geven bibberend bij elkaar te gaan zitten. Dat moeten we niet doen. Jezus is geen privébezit. Hij hoort in het hart van de stad. Zonder Jezus wordt dat pas echt ‘stad zonder hart’. De hartslag mag hoorbaar worden. Midden in een stad als Rotterdam.
dr Arjan Plaisier scriba van de Generale Synode van de Protestantse Kerk in Nederland
Gelovigen van nu, zowel binnen als buiten de kerk, zijn vaak naar ervaring en beleving op zoek. De formuleringen van de christelijke traditie stellen hen in veel gevallen teleur. Zo zegt de gezaghebbende geloofsbelijdenis van de oude kerk, het credo van Nicea-Constantinopel uit 381, over Jezus bijvoorbeeld het volgende:
Wij geloven … in één Here Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God,geboren uit de Vader voor alle tijden, God uit God,Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God, geboren, niet geschapen, één van wezen met de Vader, en door wie alles is geworden. De remonstranten hebben in 2006 een belijdenis aangenomen waarin ze het anders proberen. Die tekst spreekt over Jezus als één van ons en brengt met sobere woorden zijn bijzondere relatie met God ter sprake: Wij geloven in Jezus, een van Geest vervulde mens, het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust. Hij had de mensen lief en werd gekruisigd maar leeft, zijn eigen dood en die van ons voorbij. Hij is ons heilig voorbeeld van wijsheid en van moed en brengt ons Gods eeuwige liefde nabij. In de door remonstrantse theologen geschreven bundel Een mens - vol van Geest: Jezus in woord en beeld (Zoetermeer, 2008) draait veel rond de beleving die achter de woorden van oude en nieuwe belijdenissen schuil gaat. Woorden zijn weliswaar onmisbaar, maar blijven altijd betrekkelijk en vervangbaar. Wie dat inziet, kan verdraagzaam zijn. Erasmus bijvoorbeeld, maakte enerzijds duidelijk dat hij geen kant uit kon met Luther's theologie, maar liet zich anderzijds zelfs door de paus niet verleiden om zich publiekelijk tegen Luther uit te spreken. Voor deze houding is veel te zeggen. Niet omdat woorden onbelangrijk zijn of omdat conflicten per se vermeden moeten worden. Maar omdat de betekenis van Jezus - en van God, en van de Geest, en van zo veel meer - zich uiteindelijk aan ons begrip onttrekt. Het verschijningsverhaal dat de evangelist Johannes vertelt en dat door Titiaan werd verbeeld, heeft de waarschuwing van die ontwijkende Jezus voor altijd in ons bewustzijn gegrift: Noli me tangere, ‘Houd mij niet vast’.
In de remonstrantse tekst vinden we geen speculaties over het wezen van de Vader en de Zoon vóór alle tijden. In plaats daarvan wordt hier een ervaring in de relatie met God en mensen opgeroepen. Theologen als de katholiek Edward Schillebeeckx, de gereformeerde Bram van de Beek en de remonstrant Herman Heering zijn het erover eens, dat het zo moet - al komen ze tot zeer uiteenlopende conclusies. We horen hier over het gelaat van God, dat ons hier en nu aanziet en verontrust. In Jezus worden de Geest en God persoonlijk. Ze kijken ons aan. Dat betekent niet dat ze definitief zichtbaar en grijpbaar zijn geworden. Ook voor hen geldt: ‘noli me tangere’. Wij zien en begrijpen meestal niet zo veel. Het gelaat van God kijkt ons ontregelend aan.
Johan Goud, hoogleraar Utrecht, tot april a.s. consulent van de Nederlandse Kerk.
|
Om de 150 psalmen ook in de tekst van de Nieuwe Bijbel Vertaling (NBV) in de eredienst te laten klinken, stelden Nico Vlaming en Christiaan Winter ‘Heel mijn ziel’ samen. Elke psalm kan op twee manieren gezongen worden. Eenstemmig op een eenvoudige psalmtoon gezongen met een al even eenvoudig refrein, of meerstemmig op een ‘chant’, zoals we die uit de engelse anglicaanse traditie kennen. Voor eenvoudige gemeentegroepen dus en voor cantorijen die ‘wat meer willen’. Het is een aanvulling op het Dienstboek van de Protestantse Kerk in Nederland. Nico Vlaming, predikant in Kats-Kortgene, werkt mee aan het nieuwe liedboek, dat in mei 2013 zal verschijnen. Christiaan Winter is cantor van de Oude Kerk in Amsterdam en redactielid van het nieuwe liedboek. Net zoals het nieuwe liedboek dat volgend jaar in mei gaat verschijnen, heeft dit psalmenproject meerdere partijen rond één tafel gebracht: het Nederlands Bijbelgenootschap en de Uitgeverij Boekencentrum en de Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied. De laatste is verantwoordelijk voor het nieuwe liedboek waarin de Protestantse Kerk in Nederland, de Algemene Doopsgezinde Sociëteit, de Remonstrantse Broederschap, de Vrijzinnige Geloofsgemeenschappen NPB, Nederlands Gereformeerde Kerken, Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, de Verenigde Protestantse Kerk in België en de Evangelisch-Lutherse Kerk in België samenwerken. De bundel werd op 11 februari j.l. gepresenteerd. Meer dan 150 mensen zongen eenstemmig en meerstemmig, alsof zij niet anders gewend waren. De schrijvers en de uitgevers hopen dat deze gezongen psalmen ingang mogen vinden in gebedsdiensten, zondagochtenddiensten, koorrepetities en -uitvoeringen, avondsluitingen van vergaderingen of openingen in de ochtend, zodat wij met heel onze ziel God loven en prijzen. ds Ilona Fritz, voorzitter van de ISK.
‘Heel mijn ziel’ - Nico Vlaming en Christiaan Winter - Nieuwe psalmen voor kerk en koor. Gebonden | februari 2012 | ISBN: 9789023967583
|
|