Wat is in Nederland het collectieve verhaal over de grond? Met die vraag aanvaarde ik in november 2024 de ambassadeursrol van Theoloog der Nederlanden. Maar wat betekende het om theoloog te zijn van het Nederlands grondgebied? Omdat theologen goed geïnformeerd moeten spreken, ging ik op ‘grondreis’ door de twaalf provincies van het land. Ik bezocht een kleine veertig bijzondere plekken en luisterde daar verhalen tevoorschijn over wat de grond daar betekent, herbergt, teweegbrengt. Hiervan deed ik online, in blogs en video’s, verslag.
Zo maakte ik in Zeeland kennis met 285 soorten zeewier en sprak ik met een oud-mijnopzichter in Limburg over dat ondergrondse werk. Op het strand van de Tweede Maasvlakte zocht en vond ik met een paleontoloog fossielen en in Overijssel leerde ik dat voor daklozen de grond ’s nachts vaak onrust brengt (als je te lang ligt, koel je te veel af). Bovenin Groningen stond ik op het aangewonnen land dat kustboeren in de 19e eeuw hadden afgetroggeld van de zee.
Gaandeweg begonnen zich in de verhalen van mijn grondreis drie vragen af te tekenen: over het verleden dat in de grond schuilgaat, over onze aardse scheppingsdrift en de verbindende of scheidende kracht van de grond. En intussen liep er een theologische lijn mee. De vraag naar grond(stof) is, theologisch gezien, de vraag naar materie: ‘wat betekent materie in het licht van Gods koninkrijk?’ Op 31 oktober heb ik een eerste aanzet tot een antwoord op deze vraag gegeven in mijn oratie Stof tot nadenken, die ik uitsprak in een kassencomplex van een Utrechts tuincentrum, tussen kruiwagens, zakken tuinaarde, gieters en op rubberlaarzen.
Want in de loop van het jaar had ik langzaam toegewerkt naar een theologie die goede aandacht heeft voor grondstof. Omdat het eerste woord dat God spreekt, gaat over deze wereld: de geest die in Genesis 1 boven het water zweeft, krijgt pas voet aan de grond als het narratief van God begint: ‘God sprak’, en wat God sprak gaat over deze aarde. Stof ben je, tot stof keer je terug, en dat hele leven speelt zich af op de aarde. Dus als het moet goedkomen met ons en tussen God en ons, is dit de plaats, de grond waarop het moet gebeuren.
Mijn ambassadeurstitel heb ik intussen weer ingeleverd, mijn reflecties publiceer ik volgend jaar in een boek. Want zolang er mensen zijn op deze aarde, gaat de theologie door.
Mirella Klomp
Hoogleraar Protestantse Theologische Universiteit Utrecht
Theoloog der Nederlanden 2024-2025
