De zachte krachten zullen zeker winnen
in ’t eind – dit hoor ik als een innig fluistren
in mij: zo ’t zweeg zou alle licht verduistren
alle warmte zou verstarren van binnen.
Deze woorden dichtte Henriëtte Roland Holst in de laatste maanden van de Eerste Wereldoorlog begin 1918, toen nog niet duidelijk was wanneer er een einde aan de oorlog zou komen. Het was op dat moment een gruwelijke uitzichtloze oorlog die al vier jaar voortduurde en waarbij hele generaties jonge mensen als kanonnenvoer de loopgraven in werden gestuurd. Afgelopen zomer bezocht ik verschillende musea en loopgraven rond Ieper en het was huiveringwekkend wat ik daar zag en las over die jaren. Wat een harde wereld…
De taal van een gedicht
De meeste gedichten uit die tijd bezingen de heldenmoed en de offerbereidheid van de jonge soldaten die de wanhoop en het verdriet om hun verlies moeten overstemmen of verzachten. Andere gedichten zijn juist cynisch van aard, een aanklacht tegen een zinloze strijd aangewakkerd door leiders die dorsten naar macht, en in die dorst hele generaties van jonge mensen opofferen. En dan zijn er die woorden van Henriëtte Roland Holst. Zij doet geen van beide, zij houdt zich vast aan een ander hoopvol verhaal, het verhaal van de zachte krachten die zullen winnen. Niet omdat het voor de hand ligt, of het ernaar uitziet dat die tijd snel zal komen, maar omdat ze het leven niet uit zou houden zonder die hoop op zachte krachten.
Evangelie, goede tijding
Ook de evangeliën en dan in het bijzonder de paasverhalen in de verschillende evangeliën spreken over die hoop op zachte krachten. Evangelie betekent letterlijk ‘een goede tijding’. Net als het Engelse woord ‘gospel’ dat is afgeleid van a good spell en dan niet in de vorm van een goede ‘toverspreuk’, maar doelend op een goede periode of tijding. Het evangelie geeft ons een hoopvol verhaal over een goede tijding waar de zachte krachten zeker zullen winnen.
Pax Augustus
Voor de eerste lezers van de verschillende evangeliën aan het einde van de eerste eeuw van onze jaartelling was die term ‘evangelie’ niet nieuw. In de eerste helft van de eerste eeuw werden er in de uithoeken van het Romeinse Rijk verschillende ‘evangelie feesten’ georganiseerd. Deze feesten waren bedoeld om de nieuwe onderdrukte volken die tot het Romeinse Rijk waren gaan behoren te laten vieren dat ze nu onder de Pax Augustus mochten vallen. Augustus regeerde en breidde zijn macht weliswaar uit met harde hand, maar als je eenmaal was onderworpen, kreeg je er wel een periode van rust en vrede voor terug. Een goede tijding een evangelie al was die bewerkstelligd met een harde machtspolitiek.
Evangelie van de zachte krachten
De verhalen van de evangelisten over Jezus zijn daarmee niet vernieuwend en baanbrekend, omdat zij een ‘goede tijding’ aankondigen als een Koninkrijk waar rust en vrede zal heersen, maar omdat Jezus laat zien dat zo’n vredesrijk niet met harde hand, niet op macht gebaseerd, maar juist met zachte krachten kan worden bereikt. De zachte krachten zullen zeker winnen dat is wat ons in deze hoopvolle evangelieverhalen ingefluisterd wordt.
zo ’t zweeg zou alle licht verduistren
alle warmte zou verstarren van binnen.
Ds. Bertjan van de Lagemaat

