Elke twee maanden wordt voor Kerknieuws iemand geïnterviewd die op de een of andere manier betrokken is bij de Nederlandse Kerk. Dit keer een bijzondere editie waarin Marja Kingma, curator van de Nederlandse collectie in de British Library wordt geïnterviewd over de bibliotheek van de Nederlandse Kerk.
Naast jouw werk voor de British Library houd je je al meer dan tien jaar bezig met de bibliotheek van de Nederlandse Kerk. Onlangs is de catalogus van onze boekencollectie digitaal beschikbaar gekomen, dankzij jouw inzet. Wat maakt die collectie naar jouw idee zo bijzonder?
Je hebt gelijk- het is alweer twaalf jaar geleden dat ik begon aan het catalogiseren van de bibliotheek. Ik heb dat zeker niet in mijn eentje gedaan; Diane Mercer, voorheen van de bibliotheek van UCL, is er vanaf het begin bij geweest en diverse anderen hebben hun steentje bijgedragen. Al werkende werd mij steeds duidelijker hoe bijzonder deze collectie is. Ten eerste was het een werkende collectie en dat is het nog steeds. A Lasco, Micron en anderen bezaten boeken die zij gebruikten bij het ontwikkelen van de liturgie en catechismus. Vervolgens schreven zij die op in boeken die nog steeds op de plank staan.
Ten tweede zijn er aanwijzingen dat de Kerk een diplomatieke functie had. Zo wordt de Latijnse editie van het stedenboek van Joan Blaeu (1596-1673) uit 1649 als een geschenk gezien, toegeschreven aan Johan Maurits van Nassau Siegen (1602-1679). Ten derde geeft deze kleine collectie een mooi beeld van de ontwikkeling van de boekdrukkunst, van de tijd van de wiegendrukken, of incunabelen, voor 1500, zoals de Delft Bijbel, via de Polyglot Bijbel van Plantijn, werkelijk een meesterstuk van drukkunst, tot een negentiende -eeuws Bijbel commentaar op heel dichtbedrukt, heel dun papier. Ten vierde tonen de boeken de sporen van de geschiedenis van de Kerk. Door de brand van 1869 hebben sommige boeken waterschade opgelopen, of hebben stevige nieuwe banden gekregen.
Je hebt niet alleen gewerkt aan de catalogus de afgelopen jaren. Je geeft ook met enige regelmaat een show-and-tell in onze bibliotheek. Welke boeken komen dan in ieder geval op tafel en waarom?
Show & tells geven is mijn absolute favoriete activiteit, zowel hier als bij de British Library. Als bibliothecaris is niets zo leuk om mensen mooie, bijzondere, of zeldzame boeken te laten zien en er over te vertellen. Wat mensen dan meestal verbaasd, is dat zij die boeken ook mogen aanraken. Dat gevoel van iets in je handen te houden dat honderden jaren oud is, daar kan geen digitale versie tegenop. Mijn selectie moet passen bij de groep bezoekers, maar de Delft Bijbel, (1477) is er altijd bij. Het is het eerste Nederlandstalige boek gedrukt met losse metalen letters. Het bevat het Oude Testament, zonder de Psalmen. Van de 250 gedrukte exemplaren zijn er nog zo’n zestig over en deze kerk heeft er één van. Het stedenboek van Joan Blaeu is altijd van de partij. Niemand maakte zulke prachtige plattegronden als Blaeu en deze atlas heeft er tweehonderd, allemaal ingekleurd.
Ten derde is er Calandrini’s Latijnse grammatica lesboek uit 1607, dat hij gebruikte als twaalfjarige jongen, lang voordat hij dominee en bibliothecaris van de Kerk werd. Het is toch aandoenlijk dat hij het blijkbaar zo koesterde dat het een plekje in de bibliotheek kreeg en dat zijn opvolgers hem zodanig bewonderden dat ze het lieten staan. De vele tekeningetjes en krabbels bewijzen dat kinderen van toen zich waarschijnlijk net zo stierlijk verveelden in de Latijnse les als kinderen van nu.
Wat is de bijzonderste ontdekking die je in de afgelopen jaren hebt gedaan, tijdens het werken met de boeken uit onze bibliotheek?
Er is niet echt één bijzondere ontdekking geweest, denk ik. De collectie bevat daarvoor te veel bijzondere boeken. Calandrini’s schoolboekje is er zeker een van, en ook het Wonderboeck van David Joris, gedrukt in 1542 in Deventer. Het staat bol van de ‘manicules’, kleine handjes in de marges waarvan de wijsvinger naar een bepaalde passage in de tekst verwijst. Er zijn wel elf verschillende stijlen! Dat zie je bijna nooit. Als derde moet zeker Erasmus’ ‘Adagiorum chiliades’ (1536) genoemd worden, want het komt uit zijn eigen bibliotheek. A Lasco kocht Erasmus’ bibliotheek en dit boek is in de kerkbibliotheek terechtgekomen.
2026 is voor jou een bijzonder jaar. Over enkele maanden hoop je met pensioen te gaan bij de British Library en je gaat dit jaar trouwen. Grote life events! Als het daarna wat rustiger wordt, zijn er dan nog raadsels of losse eindjes in onze bibliotheek te vinden, waar jij graag mee aan de gang zou willen gaan?
2026 wordt zeker een heel druk en heel bijzonder jaar. Het begon met het publiceren van de catalogus van de bibliotheek van de Kerk. Eindelijk! Het is de eerste versie want aanvullingen en verbeteringen zullen nodig blijven. Ik blijf graag betrokken bij de bibliotheek, om gebruikers bij te staan en show & tells te geven!
Marja Kingma werd geϊnterviewd door Bertjan van de Lagemaat
